ECLI:NL:RBDHA:2024:15312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vrijwillige terugkeer naar land van herkomst
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag ongegrond werd verklaard op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft de rechtbank geïnformeerd dat eiser op 30 mei 2024 vrijwillig is teruggekeerd naar Nigeria met ondersteuning van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), waarbij hij een vertrekverklaring heeft ondertekend waarin hij instemt met beëindiging van openstaande verblijfsprocedures.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij de beroepsprocedure. Uit vaste jurisprudentie volgt dat een vreemdeling die vrijwillig is vertrokken en instemt met het beëindigen van verblijfsprocedures geen belang meer heeft bij inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank concludeert dat eiser geen aanspraak meer wenst te maken op een asielvergunning in Nederland.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en zal zij niet inhoudelijk op de zaak ingaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, mede omdat niet is gebleken dat de vertrekverklaring onder dwang of zonder kennis van zaken is ondertekend.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vrijwillige terugkeer naar Nigeria.