ECLI:NL:RBDHA:2024:15233
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na beslissing op beroep
Verzoeker, van Syrische nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de herhaalde asielprocedure ingediend. De minister van Asiel en Migratie wees dit verzoek bij besluit van 9 juli 2024 af als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een aanverwante zaak op 5 september 2024. Omdat de rechtbank op diezelfde datum uitspraak deed op het beroep (zaaknummer NL24.28304), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter I. Helmich op 10 september 2024 en is definitief, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat gelijktijdig op het beroep is beslist.