ECLI:NL:RBDHA:2024:15100
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De kern van het geschil betreft de geldigheid van de verlenging van de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is en de beslistermijn met negen maanden verlengt voor aanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024.
Eiser betwist dat de situatie die aan deze verlenging ten grondslag ligt, zich daadwerkelijk voordoet zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet. Hij stelt dat de minister de beslistermijn niet geldig heeft verlengd en dat de ingebrekestelling daarom niet prematuur had mogen worden ingediend.
De rechtbank volgt dit betoog niet en verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024, waarin is geoordeeld dat de minister voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie zich voordeed. Omdat eiser zijn aanvraag op 20 november 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde beslistermijn, die uiterlijk op 20 februari 2025 moet worden beslist. De ingebrekestelling van 23 mei 2024 is daarmee te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier D.D. Bijlhout op 15 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.