Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres](V-nummer: [V-nummer] );
[eiser 2](V-nummer: [V-nummer] )
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij betwisten de geldigheid van de verlenging van de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is en de beslistermijn voor asielaanvragen van 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden verlengt.
De rechtbank heeft partijen gevraagd of een zitting nodig was, wat niet het geval bleek. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten zonder zitting. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn in dit soort zaken terecht is toegepast omdat voldaan is aan de voorwaarden van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.
Omdat de ingebrekestelling van eisers op 14 mei 2024 is ingediend terwijl de beslistermijn pas op 10 februari 2025 afloopt, is deze te vroeg en voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling.