ECLI:NL:RBDHA:2024:14890
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten.
De kern van het geschil betreft de geldigheid van de verlenging van de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is en de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Eiser betwist dat de situatie voor deze verlenging van toepassing is en stelt dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend.
De rechtbank volgt dit betoog niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat de verlenging terecht is toegepast. Omdat eiser zijn aanvraag op 15 november 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde termijn, waardoor de minister uiterlijk op 15 februari 2025 moet beslissen. De ingebrekestelling van 22 mei 2024 is derhalve te vroeg ingediend, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en bekendgemaakt op 21 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend binnen de verlengde beslistermijn.