ECLI:NL:RBDHA:2024:1481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en herkomst zonder inhoudelijke beoordeling
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een asielzoeker tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De aanvraag werd afgewezen omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig waren bevonden, mede vanwege het ontbreken van ondersteunende documenten en wisselende verklaringen over zijn leeftijd.
Eiser heeft geen zienswijze ingediend op de summiere motivering in het bestreden besluit en heeft ook geen nadere toelichting gegeven op het uitblijven van documenten. De rechtbank acht de toelichting van verweerder in het verweerschrift voldoende en concludeert dat de staatssecretaris terecht geen inhoudelijke beoordeling van de asielmotieven heeft verricht.
Verder is vastgesteld dat eiser de staatssecretaris heeft misleid door onjuiste informatie te verstrekken over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. Eiser heeft hiertegen geen verweer gevoerd. Ook zijn er geen bezwaren tegen het onthouden van een vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod aangevoerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige identiteit en herkomst.