ECLI:NL:RBDHA:2024:14791

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 september 2024
Publicatiedatum
18 september 2024
Zaaknummer
C/09/671304 / FT RK 24/719
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 lid 2 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inspanningsverplichting

De heer heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege problematische schulden. Tijdens de zitting op 16 september 2024 is twijfel ontstaan over zijn bereidheid en vermogen om te voldoen aan de verplichtingen van de WSNP, met name de inspanningsverplichting van minimaal 36 uur werken of solliciteren per week.

De verzoeker ontvangt een Participatiewet-uitkering en verklaarde niet te zullen solliciteren, zonder medische onderbouwing voor arbeidsongeschiktheid. Hij gaf aan zijn huis niet te kunnen verlaten vanwege angst voor inbraak en verwees naar bewijsstukken die hij bij zich had vanwege vermeend onrecht. Zijn beschermingsbewindvoerder bevestigde dat solliciteren en werken voor hem moeilijk zijn zonder hulp van anderen.

De rechtbank stelt vast dat het niet aannemelijk is dat de verzoeker op dit moment aan zijn inspanningsverplichting kan voldoen. Er is onzekerheid over zijn arbeidsgeschiktheid, waarvoor eerst een medische beoordeling nodig is. Omdat het verkrijgen van medische informatie naar verwachting lang zal duren, ziet de rechtbank geen aanleiding om een aanvullende termijn te verlenen. Het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat verzoeker zal voldoen aan de inspanningsverplichting.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummer: C/09/671304 / FT RK 24/719
uitspraakdatum: 17 september 2024
[naam],
wonende te [adres],
[postcode] [woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft de heer [naam] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.

1.De procedure

1.1.
De heer [naam] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van maandag 16 september 2024. Op de zitting verschenen:
- de heer [naam];
- mevrouw P.K. Chote, schuldhulpverlener van de gemeente Gouda;
- de heer A. Wagenaar, beschermingsbewindvoerder van Zeker Financiële Dienstverlening.

2.De beoordeling van het verzoek

2.1.
Het verzoek tot toepassing van de WSNP wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat de heer [naam] de uit de WSNP voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
2.2.
Op de zitting van 16 september 2024 is bij de rechtbank twijfel ontstaan over de saneringsbereidheid van de heer [naam]. Twijfel is er of de heer [naam] zich wel volledig zal inzetten voor de schuldsaneringsregeling en alle daarbij behorende verplichtingen.
2.3.
Een van die WSNP-verplichtingen is de inspanningsverplichting. Deze verplichting houdt in dat de heer [naam] ten minste 36 uur per week moet werken of (aanvullend) solliciteert naar werk gedurende ten minste 36 uur per week.
2.4.
Uit de stukken blijkt dat aan de heer [naam] een Participatiewet-uitkering is toegekend en op de zitting heeft hij verklaard niet te (zullen) solliciteren naar werk. De heer [naam] lijkt van mening te zijn dat hij op dit moment niet kan werken. Een medische verklaring of enige andere medische informatie waaruit dit blijkt is echter niet overgelegd.
2.5.
De heer [naam] heeft ter zitting verklaard dat hij zijn huis niet kan verlaten omdat daar dan zou kunnen worden ingebroken. Hij zou beschikken over bewijs dat hem op allerlei gebied onrecht is aangedaan. Dit zou onder andere betrekking hebben op een alimentatieverplichting die hij in het verleden had. Mensen zouden er op uit zijn om dat bewijs bij hem weg te halen. Daarom heeft hij deze bewijsstukken meegenomen naar de zitting in een grote tas om er zeker van te zijn dat deze in zijn afwezigheid niet kunnen worden weggehaald. Door alles wat hij aan zijn hoofd heeft en het onrecht dat hem is en wordt aangedaan, wordt solliciteren en werken volgens de heer [naam] en zijn beschermingsbewindvoerder heel moeilijk. Hij wil het wel maar dan moeten anderen dat voor hem regelen. De rechtbank stelt op basis daarvan vast dat niet aannemelijk is dat de heer [naam] op dit moment aan zijn inspanningsverplichting zal kunnen voldoen.
2.6.
Er bestaat onzekerheid over de mate van arbeidsgeschiktheid van de heer [naam]. Ter zitting is gebleken dat geen medische keuring of andere medische informatie is aangevraagd en dat het verkrijgen daarvan naar verwachting geruime tijd zal duren. De heer [naam] dient daarom eerst vast te laten stellen welke arbeidscapaciteiten hij daadwerkelijk heeft. Bij een nieuw in te dienen dwang en/of WSNP-verzoek kan de vastgestelde arbeidscapaciteit of arbeidsongeschiktheid dan als uitgangspunt worden genomen. Alleen dan wordt de kans op het behalen van de schone lei reëel.
2.7.
De rechtbank ziet geen aanleiding de heer [naam] een aanvullende termijn te gunnen op grond van artikel 287 lid 2 van Pro de Faillissementswet omdat de verwachting is dat de benodigde medische informatie niet binnen afzienbare tijd beschikbaar zal zijn.
2.8.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit is een beslissing van mw. L. Mundt, rechter, in samenwerking met N.A. Kruiskamp, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2024.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.