ECLI:NL:RBDHA:2024:14699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf op grond van jongvolwassenenbeleid en belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiser, een Afghaanse jongvolwassene, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) om zich bij zijn in Nederland verblijvende familie aan te sluiten. De Minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af op grond van het jongvolwassenenbeleid, waarbij geen beschermenswaardig gezinsleven werd aangenomen tussen eiser en zijn broer, de referent.
Eiser voerde aan dat hij ten onrechte niet was gehoord tijdens de bezwaarfase en dat de belangenafweging onjuist was, onder meer omdat de situatie in Afghanistan en het ontbreken van alternatieven onvoldoende waren meegewogen. Tijdens de zitting liet eiser zijn beroepsgrond over het inwilligen zonder belangenafweging vallen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat er geen beschermenswaardig gezinsleven bestaat tussen eiser en zijn broer en dat de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt. De objectieve belemmeringen en de economische belangen van Nederland werden zwaar meegewogen. Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van een hoorplicht tijdens bezwaar gerechtvaardigd was gezien het ontbreken van nieuwe omstandigheden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak bevestigt de toepassing van het jongvolwassenenbeleid en de restrictieve toelatingspraktijk in het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging voor voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.