ECLI:NL:RBDHA:2024:14608
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij de Nederlandse minister van Asiel en Migratie. Deze aanvraag werd op 2 augustus 2024 niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat de rechtbank op dezelfde dag al uitspraak had gedaan in de hoofdzaak. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank al uitspraak heeft gedaan op het beroep.