ECLI:NL:RBDHA:2024:14576
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 17 juni 2024 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de maatregel vanaf 24 juli 2024, het moment na de eerdere toetsing. Hoewel de rechtbank de uitspraak niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zeven dagen na sluiting van het onderzoek heeft gedaan, acht zij deze termijnoverschrijding niet fataal en niet schadelijk voor eiser.
Eiser stelde dat het voortgangsrapport niet tijdig was overgelegd en dat er geen identificerende documenten bij de Franse autoriteiten aanwezig waren, wat volgens hem het uitzettingstraject bemoeilijkte. De rechtbank oordeelde dat eiser niet in zijn belangen was geschaad door de rapportage en dat het ontbreken van documenten in het dossier geen rechtmatigheidskwestie betreft. Er is zicht op uitzetting naar Algerije, mede omdat verweerder viermaal heeft gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten en meerdere vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd.
Eiser weigerde echter actief mee te werken aan zijn uitzetting, wat de voortgang belemmert. De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.