ECLI:NL:RBDHA:2024:1454
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen als kennelijk ongegrond. Tevens verzocht eiser om een voorlopige voorziening. De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek op 2 februari 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De staatssecretaris heeft gemeld dat eiser sinds 11 januari 2024 met onbekende bestemming is vertrokken, wat betekent dat hij niet meer bereikbaar is en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak wordt in zo'n situatie aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland.
De rechtbank concludeert dat eiser daardoor geen procesbelang meer heeft bij de behandeling van het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.