ECLI:NL:RBDHA:2024:14386
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk wegens ontbreken mvv-vrijstelling
Eiseres, een Kameroense vrouw die sinds ongeveer 16 jaar in Nederland verblijft zonder rechtmatig verblijf, heeft een aanvraag ingediend voor een reguliere verblijfsvergunning met als doel humanitair niet-tijdelijk verblijf. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking kwam voor vrijstelling van het mvv-vereiste.
Eiseres voerde aan dat zij onterecht niet is vrijgesteld van het mvv-vereiste, omdat haar privéleven in Nederland in de zin van artikel 8 EVRM Pro zwaarwegend is. Zij stelde dat zij geworteld is in de Nederlandse samenleving en geen banden meer heeft met Kameroen. De rechtbank oordeelt echter dat eiseres geen rechtmatig verblijf had en dat haar opgebouwde banden met Nederland niet bijzonder zijn, mede omdat zij op volwassen leeftijd naar Nederland kwam en haar belangrijkste banden met Kameroen blijven bestaan.
De rechtbank weegt de belangen van eiseres af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat en concludeert dat de minister dit op juiste wijze heeft gedaan en voldoende heeft gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt. Ook is de hoorplicht niet geschonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.