ECLI:NL:RBDHA:2024:14116
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij vertrek vreemdeling
Eiser, van Armeense nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen dit besluit zonder zitting, conform artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Vast stond dat eiser op of omstreeks 5 augustus 2024 met onbekende bestemming was vertrokken en sindsdien geen contact meer had met zijn gemachtigde sinds 22 juli 2024.
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt in dergelijke gevallen aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en daarmee geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen procesbelang meer heeft en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen inhoudelijke beoordeling gegeven en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter S. Ketelaars-Mast en griffier K.E. Mulder en is gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.