ECLI:NL:RBDHA:2024:14103
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortzetting maatregel van bewaring en uitzetting naar Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is op 20 april 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 30 augustus 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel getoetst tot 26 juli 2024 en beoordeelt nu of de voortzetting daarna rechtmatig is. Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat mogelijk geen laissez-passer wordt afgegeven en dat de vluchtprematuur is aangevraagd. De minister stelt dat er wel zicht is op uitzetting, de vlucht is geboekt en de uitzetting gepland op 9 september 2024.
De rechtbank oordeelt dat de nationaliteit van eiser is bevestigd, een vlucht is geboekt en er geen aanwijzingen zijn dat een laissez-passer niet zal worden afgegeven. De minister werkt voldoende voortvarend aan de uitzetting. Daarom is het beroep ongegrond en wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.