ECLI:NL:RBDHA:2024:14084
Rechtbank Den Haag
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser diende op 27 november 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen, wat in deze zaak neerkomt op 27 mei 2024.
Eiser stelde de minister op 13 mei 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen, maar deze ingebrekestelling werd door de rechtbank als prematuur beoordeeld omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Vervolgens stelde eiser op 24 juni 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het pas mogelijk is beroep in te stellen nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken na ontvangst van die ingebrekestelling. Omdat de ingebrekestelling te vroeg was, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en doet uitspraak zonder zitting. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen-Telman en griffier D. Drent en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.