ECLI:NL:RBDHA:2024:13980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens ontbreken machtiging
Eiser diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid, welke door de minister werd afgewezen. Het bezwaar van eiser werd door de minister niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging voor de gemachtigde.
De rechtbank oordeelt dat de minister het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de minister niet heeft gewaarschuwd dat het niet tijdig overleggen van de machtiging tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. De rechtbank benadrukt dat een bestuursorgaan bij het stellen van een termijn voor herstel van een verzuim ook moet waarschuwen voor de mogelijke gevolgen van overschrijding van die termijn.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het bezwaar is ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de minister moet een nieuw besluit nemen.