ECLI:NL:RBDHA:2024:13919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen weigering inzage politiegegevens en motivering besluit
Eiser verzocht op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) inzage in zijn politiegegevens. Verweerder had dit verzoek gedeeltelijk toegewezen, maar weigerde inzage in een registratie over een poging tot inbraak in de woning van eiser. Eiser betwistte de weigering en de voorwaarde dat hij zich alleen door een advocaat mag laten bijstaan.
De rechtbank oordeelt dat artikel 26, derde lid, Wpg bepaalt dat alleen een advocaat inzage namens een betrokkene mag verkrijgen, ook als betrokkene zelf inzage krijgt. Dit is ter bescherming van de privacy en sluit aan bij de wetsgeschiedenis. De rechtbank vindt de voorwaarde dus niet in strijd met de wet.
Verder stelt de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom inzage in het onderzoeksdossier Bamboe wordt geweigerd en dat het besluit onvolledig is omdat niet is onderzocht of ook het dossier RL 8017 onder verweerder valt. Ook is niet inzichtelijk gemaakt hoe de zoekslag is verricht. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden. De rechtbank wijst erop dat klachtenregistraties onder de AVG vallen en niet onder de Wpg. De rechtbank acht het aannemelijk dat niet van iedere demonstratie een politiegegeven is verwerkt en vindt het betoog van eiser hierover onvoldoende concreet.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met betere motivering.