ECLI:NL:RBDHA:2024:13782
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging HTL-plaatsing en vrijheidsbeperkende maatregel na geweldsincident bij statushouder
Eiser, een statushouder van Syrische nationaliteit, werd op 4 juli 2024 door het COa geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen vanwege een geweldsincident waarbij hij een andere vreemdeling met een koffiemok op het hoofd sloeg, wat leidde tot hoofdletsel. De minister legde gelijktijdig een vrijheidsbeperkende maatregel op, gebaseerd op artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet, om de openbare orde te handhaven.
Eiser voerde aan dat hij als statushouder niet onder het regime van de HTL valt en dat de maatregel discriminerend is, verwijzend naar het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. Tevens stelde hij dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn autistische zoon en dat de medische zorg in de HTL onvoldoende is. De rechtbank oordeelde dat statushouders gelijkgesteld zijn met asielzoekers voor opvang en dat overlastgevende vreemdelingen terecht in de HTL worden geplaatst.
De rechtbank vond de plaatsing en maatregel goed gemotiveerd en niet in strijd met het non-discriminatiebeginsel. De medische omstandigheden van de zoon waren onvoldoende onderbouwd om de maatregel te weerleggen. Ook werd bevestigd dat de HTL-plaatsing geen vrijheidsontneming inhoudt omdat het de vreemdeling vrijstaat de locatie te verlaten. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van de statushouder tegen de HTL-plaatsing en vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond.