ECLI:NL:RBDHA:2024:13759

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 augustus 2024
Publicatiedatum
29 augustus 2024
Zaaknummer
NL23.25234
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbRichtlijn 2001/55/EGBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking tijdelijke beschermingsbesluit Oekraïense derdelander

Eiser had beroep ingesteld tegen het besluit van 25 augustus 2023 waarin de tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG werd beëindigd.

Verweerder trok het bestreden besluit bij brief van 8 februari 2024 in. De rechtbank vroeg eiser vervolgens of hij het beroep wilde handhaven, maar eiser reageerde niet.

De rechtbank oordeelde dat eiser daardoor geen belang meer had bij het beroep, waardoor het kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Wel veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van € 875, omdat het beroep bij indiening terecht was.

De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier S. Mohandes en openbaar gemaakt op 28 augustus 2024.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na intrekking van het besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.25234

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 25 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG eindigt.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Bij brief van 8 februari 2024 heeft verweerder meegedeeld dat hij het bestreden besluit heeft ingetrokken.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. [1]

Beoordeling door de rechtbank

1. Er kan op een beroep worden beslist zonder een zitting te houden als sprake is van een kennelijke uitkomst. Dat betekent dat de uitkomst op voorhand buiten redelijke twijfel staat. Dit staat in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Deze situatie doet zich hier voor gelet op het volgende.
2. Op 12 februari 2024 heeft de rechtbank aan eiser gevraagd om aan te geven of eiser zijn beroep nog wil handhaven gelet op de intrekking van het bestreden besluit. Eiser heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank stelt vast dat eiser geen belang meer heeft bij het voortzetten van dit beroep tegen het ingetrokken besluit. [2]
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
4. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:32, volgt dat het beroep op het moment van instellen terecht was. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb [3] voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten ter hoogte van
€ 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 28 augustus 2024 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 16 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5415.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.