ECLI:NL:RBDHA:2024:13756
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag nareis familie
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis van zijn moeder, twee zusjes en broer. De aanvraag was ingediend op 11 augustus 2022, terwijl de minister uiterlijk op 9 februari 2023 had moeten beslissen. De minister heeft geen besluit genomen en ook geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingediend en gegrond is, omdat de minister in gebreke is gebleven. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt ingesteld en schriftelijk wordt meegedeeld.
De rechtbank bepaalt tevens dat de minister aan eiser een dwangsom van €100 per dag moet betalen bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €437,50 en vergoeding van het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 27 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.