ECLI:NL:RBDHA:2024:13593
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De kern van het geschil betreft de geldigheid van de verlengde beslistermijn zoals vastgelegd in WBV 2023/3, die sinds 27 januari 2023 van kracht is en de beslistermijn met negen maanden verlengt voor aanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024.
Eiser betwist dat de situatie die de verlenging rechtvaardigt zich voordoet en stelt dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet zich voordeed ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3.
Omdat eiser zijn asielaanvraag op 23 oktober 2023 heeft ingediend, valt deze onder het toepassingsbereik van WBV 2023/3, waardoor de beslistermijn met negen maanden is verlengd tot uiterlijk 23 januari 2025. De ingebrekestelling van 1 mei 2024 is hierdoor te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep op grond van niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend in verband met de verlengde beslistermijn onder WBV 2023/3.