ECLI:NL:RBDHA:2024:13421
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige Zuid-Somalische herkomst en misleiding
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 18 augustus 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Hij stelde afkomstig te zijn uit Zuid-Somalië en gaf aan te zijn gediscrimineerd vanwege de clan-afkomst van zijn moeder, waarna hij vluchtte vanwege dreiging van Al-Shabaab. Verweerder achtte echter de gestelde herkomst uit Zuid-Somalië ongeloofwaardig op grond van een taalanalyse van TOELT, die uitwees dat eiser Somalisch sprak zoals gangbaar in Noord-Somalië.
Eiser voerde aan dat zijn taalgebruik door verblijf in Duitsland was veranderd en overlegde diverse schooldocumenten en verklaringen ter onderbouwing van zijn Zuid-Somalische herkomst. De rechtbank oordeelde echter dat deze documenten onvoldoende waren om de taalanalyse te weerleggen en dat eiser geen concrete aanwijzingen had geleverd die de zorgvuldigheid of redenering van het deskundigenadvies in twijfel trokken.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht het beroep als kennelijk ongegrond kon afwijzen op grond van misleiding door het verstrekken van onjuiste informatie over de herkomst, zoals bedoeld in artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000. Omdat eiser zijn identiteit en herkomst niet aannemelijk maakte, hoefde het asielrelaas niet inhoudelijk te worden beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardige herkomst en misleiding.