ECLI:NL:RBDHA:2024:13388
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen zijn voorgenomen overdracht aan Spanje in het kader van de Dublinverordening. Hij stelt dat zijn huidklachten zijn verergerd en dat hij in Nederland de beste medische zorg kan krijgen, met geplande afspraken bij een dermatoloog en POH-GGZ.
De voorzieningenrechter overweegt dat de medische situatie onvoldoende is geconcretiseerd als een nieuw feit ten opzichte van eerdere uitspraken. De enkele stelling van verergerde klachten en psychische gevolgen is ontoereikend om de rechtmatigheid van de overdracht te betwisten. Tevens is niet gebleken dat terugkeer naar Spanje een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
De minister heeft betoogd dat de verergering van klachten geen relevante nieuwe omstandigheden zijn en dat de overdracht rechtmatig blijft. De voorzieningenrechter sluit zich hierbij aan en wijst het verzoek af.
De uitspraak is gedaan zonder openbare behandeling vanwege het spoedeisende karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht aan Spanje wordt afgewezen.