ECLI:NL:RBDHA:2024:13286
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beroep tegen asielbesluit
Verzoeker diende op 29 augustus 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 21 maart 2024 stelde verzoeker beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag. De minister heeft op 10 juli 2024 alsnog het asielbesluit genomen en het beroep werd ingetrokken met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van zes maanden door de minister rechtsgeldig is verlengd met negen maanden op grond van het WBV 2023/3 en artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor eindigde de beslistermijn op 29 november 2024. De ingebrekestelling van 4 maart 2024 was daarom prematuur en het daarop gebaseerde beroep niet-ontvankelijk.
Omdat niet aan de voorwaarden voor het instellen van het beroep is voldaan, bestaat geen recht op vergoeding van proceskosten. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af en behandelt de zaak zonder zitting.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen vanwege prematuur beroep en niet-ontvankelijkheid.