ECLI:NL:RBDHA:2024:13243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel bewaring vreemdeling wegens onttrekkingsrisico ongegrond
Eiser, een Ugandese vreemdeling, heeft op 26 juli 2024 een asielaanvraag gedaan en is op die datum de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel is later opgeheven op 8 augustus 2024. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel onrechtmatig is ondertekend namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, terwijl sinds 2 juli 2024 de minister van Asiel en Migratie bevoegd is. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat de maatregel door een bevoegde ambtenaar is ondertekend en eiser niet in zijn belangen is geschaad.
De gronden voor bewaring, waaronder het onttrekkingsrisico vanwege het niet opvolgen van een terugkeerbesluit en het vertrek met onbekende bestemming, zijn feitelijk juist en niet bestreden. De rechtbank vindt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstaat en dat de maatregel niet onevenredig bezwarend is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Wel wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1750. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 19 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.