Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank toetste of sinds het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep op 21 juni 2024 de maatregel rechtmatig bleef.
Eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting naar Algerije bestond, mede omdat geen persoonlijke presentatie had plaatsgevonden en onduidelijk was of een bericht over zijn niet-verschijnen aan de consul was verzonden. De rechtbank stelde echter vast dat eiser geen medewerking verleende aan zijn uitzetting, onder meer door het niet verschijnen bij een presentatie en vertrekgesprek.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat en dat verweerder voldoende voortvarend handelt. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en dat eiser geen nieuwe feiten aanvoerde die een lichter middel rechtvaardigen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.