ECLI:NL:RBDHA:2024:13012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse eiser wegens onvoldoende aannemelijkheid van vrezen voor vervolging
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Nigeriaanse asielzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Eiser stelde vrezen voor zijn ooms vanwege een koningschapskwestie, problemen met de Massob-beweging en vervolging door de Nigeriaanse politie. Verweerder had de aanvraag afgewezen wegens gebrek aan aannemelijkheid van deze vrees.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de identiteit en de familieproblemen geloofwaardig werden geacht, niet aannemelijk was dat eiser daadwerkelijk vreest voor zijn ooms. De vermeende vergiftigingen werden als spiritueel en subjectief beoordeeld. Ook ontbraken concrete aanwijzingen voor daadwerkelijke bedreigingen of moordpogingen. Ten aanzien van de Massob en politie achtte de rechtbank de verklaringen ongeloofwaardig, mede door gebrek aan objectief bewijs en tegenstrijdigheden in het relaas.
Verder werden de inconsistenties in het vluchtverhaal en de onlogische details rond de omsingeling door vijandige partijen zwaar meegewogen. De rechtbank vond dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van het asielrelaas had beoordeeld en dat de vrees voor vervolging niet aannemelijk was gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.