ECLI:NL:RBDHA:2024:12761
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen leeftijdsregistratie in asielprocedure
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de leeftijdsregistratie door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in het kader van zijn asielprocedure en verzocht om voorlopige voorzieningen om als minderjarige te worden behandeld en niet te worden overgeplaatst naar de opvang voor volwassenen. De voorzieningenrechter beoordeelde dat de bezwaren tegen twee besluiten van 4 en 7 maart 2024 samen moeten worden gezien als één rechtsmiddel.
De minister stelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was omdat tegen de leeftijdsregistratie geen zelfstandig rechtsmiddel open zou staan. De voorzieningenrechter constateerde dat deze rechtsvraag ook bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aanhangig is en dat het niet wenselijk is om nu een voorlopig oordeel te geven.
Verder oordeelde de voorzieningenrechter dat het verzoek geen spoedeisend belang heeft voor de asielprocedure zelf en dat het COa zelfstandig verantwoordelijk is voor passende opvang, ongeacht de leeftijdsregistratie door de IND. Hierdoor wordt niet aangenomen dat verzoeker rechtstreeks door de leeftijdsbepaling wordt getroffen. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om verzoeker als minderjarige te behandelen en niet over te plaatsen naar de opvang voor volwassenen is afgewezen.