ECLI:NL:RBDHA:2024:12624
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM terecht opgelegd ondanks geschil over waardevermindering en CO2-uitstoot
Eiseres deed op 29 januari 2020 aangifte BPM voor een Ford Kuga met datum eerste toelating 24 juni 2019. Er bestond discussie over de waardevermindering door schade en de gehanteerde CO2-uitstoot bij de aanslagoplegging. Twee taxaties verschilden in schadebedrag, waarbij eiseres een hogere waardevermindering stelde dan verweerder.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de auto meer schade had dan vastgesteld door DRZ en dat de waardevermindering niet hoger is dan 77% van de schade. Ook is onvoldoende bewijs geleverd dat het schadeverleden leidt tot een extra correctie. Daarnaast slaagt het beroep niet dat de CO2-uitstoot te hoog is vastgesteld, omdat de verschillen in typegoedkeuring niet overtuigend zijn weerlegd.
De naheffingsaanslag BPM is daarom terecht en niet te hoog opgelegd. Wel wordt eiseres een vergoeding van € 1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar- en beroepsfase, evenals proceskosten van € 218,75 en vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter D.M. Drok op 23 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard; aanslag is niet te hoog opgelegd.