ECLI:NL:RBDHA:2024:12590
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verzoek overbrenging naar Nederland wegens niet voldoen aan criteria Kamerbrief
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om overbrenging naar Nederland, omdat haar echtgenoot naar haar zeggen als ASG-bewaker voor de Nederlandse missie heeft gewerkt. Verweerder wees het verzoek af op grond dat de echtgenoot niet rechtstreeks bij Defensie in dienst was, maar via een subcontractor, en dat eiseres niet binnen de in de Kamerbrief omschreven groepen valt.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is vanwege de persoonlijke omstandigheden en tijdige indiening na ontvangst van het besluit. Uit de overgelegde stukken blijkt echter niet dat de echtgenoot structureel substantiële werkzaamheden voor Defensie heeft verricht. Bewijsmiddelen zoals werkpas, certificaat en verklaringen zijn onvoldoende om dit aan te tonen.
De rechtbank stelt vast dat de Kamerbrief een afgebakende groep personen aanwijst die voor overbrenging in aanmerking komen, en dat eiseres daar niet toe behoort. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de feitelijke situatie onvoldoende is aangetoond. Hoewel het beroep gegrond is wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro, blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Eiseres krijgt een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.