ECLI:NL:RBDHA:2024:12534
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens niet-naleving kennismigrantenvoorwaarden
Eiseres, een BV, kreeg een boete opgelegd van €8.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden voor kennismigranten. Na bezwaar werd de boete verlaagd tot €4.000. Eiseres stelde dat zij verminderd verwijtbaar handelde vanwege COVID-19, gezondheidsproblemen van de eigenaar en overleg met de werknemer, en dat de boete disproportioneel was gezien haar financiële situatie.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, ondanks discussie over ontvangst van het besluit. Vast stond dat eiseres de loonbetalingen niet tijdig had voldaan en dat zij als erkend referent een bijzondere zorgplicht had. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat zij alles had gedaan om de overtreding te voorkomen en dat er geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid.
Ook werd het beroep op matiging van de boete wegens financiële omstandigheden afgewezen, omdat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd dat zij onevenredig door de boete werd getroffen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boete van €4.000. Eiseres kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €4.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het beroep ongegrond.