Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 20 januari 2021 een asielaanvraag in. Aanvankelijk werd deze niet in behandeling genomen omdat Malta verantwoordelijk werd geacht. Na intrekking van dat besluit door verweerder trok eiser zijn beroep in. Op 20 juli 2023 stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn aanvangt zodra vaststaat dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling, wat in dit geval uiterlijk na het verstrijken van de overdrachtstermijn geldt. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat overdracht aan Malta niet langer zonder onderzoek mogelijk is, waardoor Nederland verantwoordelijk werd.
Door een besluitmoratorium en verlenging daarvan, alsmede een verlenging op grond van WBV 2022/22, liep de beslistermijn tot 15 augustus 2023. Eiser stelde verweerder op 3 juli 2023 in gebreke, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, op 7 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.