ECLI:NL:RBDHA:2024:12410
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur beroep op niet tijdig beslissen asielaanvraag onder Dublinverordening
Eiser heeft op 5 oktober 2022 een asielaanvraag ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. Hij stelde dat verweerder niet tijdig had beslist op zijn aanvraag en diende daarom een beroep in. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en sloot het onderzoek zonder zitting.
Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moet binnen zes maanden een beschikking worden gegeven op een aanvraag verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, maar deze termijn kan worden verlengd. In dit geval is de beslistermijn met negen maanden verlengd op grond van een besluit van 27 september 2022. Daarnaast is op grond van de Dublinverordening onderzocht of Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag, waarbij een verzoek tot overdracht aan Italië is gedaan en geaccepteerd.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft echter geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet langer geldt vanwege opvangproblemen. Hierdoor werd Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag vanaf ten minste 26 april 2023. De ingebrekestelling van eiser op 9 maart 2024 was echter prematuur omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken.
Daarom is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling en verlengde beslistermijn.