ECLI:NL:RBDHA:2024:12387
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelde dat verweerder niet tijdig had beslist en dat de verlenging van de beslistermijn op grond van het WBV 2023/3 niet geldig was. De rechtbank heeft partijen gevraagd of een zitting nodig was; dit werd door partijen niet gewenst, waarna het onderzoek zonder zitting werd gesloten.
De rechtbank legt uit dat een ingebrekestelling vereist is voordat beroep kan worden ingesteld tegen een niet tijdige beslissing. Sinds 1 januari 2023 is de beslistermijn voor asielaanvragen verlengd met negen maanden op grond van WBV 2023/3. Eiseres betwistte dat deze verlenging in haar situatie van toepassing was, maar de rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging terecht is toegepast.
Omdat eiseres haar asielaanvraag op 15 juni 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde beslistermijn, die loopt tot 16 september 2024. Haar ingebrekestelling van 3 mei 2024 was daarom te vroeg. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12 Awb Pro en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroege ingebrekestelling.