Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Heropening en schorsing van het onderzoek ter terechtzitting
- De verdachte ziet af van het indienen van onderzoekswensen;
- De verdachte verschijnt op een nog te plannen zitting;
- De verdachte hoeft in het kader van de afspraken geen nadere verklaring af te leggen;
- Het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting rekwireren tot een bewezenverklaring van het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op het invoeren, uitvoeren, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne en/of heroïne, gepleegd in de periode van 26 maart 2020 tot en met 13 juni 2020 te ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland;
- Het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting voor die bewezenverklaring een strafeis vorderen van negen maanden gevangenisstraf;
- Het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting de gevangenneming van de verdachte vorderen;
- Door de verdediging worden geen verweren gevoerd;
- De verdachte zal zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de straf;
- De verdachte bekent geen schuld door het tekenen van de overeenkomst en beoogt enkel een voorspoedige behandeling van zijn strafzaak;
- Het Openbaar Ministerie zal – nadat deze strafzaak is afgedaan – de verdachte niet vervolgen voor andere Opiumwet-feiten, voor zover deze zien op chatberichten uit de dataset zoals die is verstrekt in onderzoek Drau aangaande Encrochat-account Fallenorchid en Encrochat-account Authenticcoffee in de periode 26 maart 2020 tot en met 13 juni 2020;
- Door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien de Rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;
- Het Openbaar Ministerie zal geen zaak beginnen voor ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel in de onderhavige strafzaak van de verdachte.
- heropenthet onderzoek ter terechtzitting dat op 23 januari 2024 is gesloten;
- schorsthet onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd voor een langere dan de in artikel 282, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn van een maand, maar voor niet langer dan drie maanden, met als klemmende reden de agenda van de rechtbank;
- beveeltdat het onderzoek dan wordt hervat;
- beveeltde oproeping van de verdachte tegen het tijdstip van een nader te bepalen terechtzitting, met verstrekking van een afschrift van die oproeping aan de raadsman mr. M. van Stratum.