ECLI:NL:RBDHA:2024:11903
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een houder van een asielvergunning. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling toegewezen wegens betalingsonmacht.
De aanvraag werd ingediend op 14 augustus 2023, waarna verweerder de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 12 februari 2024 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiseres stelde verweerder op 14 februari 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 4 april 2024 beroep in, dat tijdig en kennelijk gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de situatie een bijzonder geval betreft, waarbij een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. Zij legt een termijn van acht weken op voor verweerder om een besluit te nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op tot een maximum van €7.500 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50 aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn met dwangsommen op aan verweerder.