ECLI:NL:RBDHA:2024:1188
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening bij bijstandsuitkering
Verzoekster diende een verzoek om een voorlopige voorziening in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor bijstand van 25 augustus 2023. Dit verzoek werd ingetrokken nadat het college op 17 januari 2024 een voorschot van €1.094,96 had toegekend naar aanleiding van een latere aanvraag van 15 november 2023.
De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding. Het college stelde dat een veroordeling onredelijk zou zijn omdat de voorlopige voorzieningenprocedure was gericht op het verkrijgen van bijstand, al dan niet als voorschot, om in het levensonderhoud te voorzien.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college weliswaar tegemoet is gekomen, maar dit betrekking heeft op de latere aanvraag en niet op de oorspronkelijke aanvraag die onderwerp was van het verzoek om voorlopige voorziening. Daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. In een gerelateerde zaak met nummer 24/172 is een verzoek om proceskostenvergoeding wel toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat het college niet is tegemoetgekomen in het oorspronkelijke verzoek om voorlopige voorziening.