Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese man, vroeg om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland met als verblijfsdoel familie en gezin. De minister van Asiel en Migratie weigerde de aanvraag omdat eiser zijn identiteit, minderjarigheid en familierechtelijke relatie met zijn moeder niet aannemelijk kon maken. Eiser stelde dat hij minderjarig was en dat zijn gezinsband met zijn moeder bewezen kon worden met onder meer DNA-onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn identiteit en minderjarigheid. De verklaringen van eiser en zijn moeder waren tegenstrijdig over geboortedatum, schoolgang en gezinsverhoudingen. Ook was niet aannemelijk dat eiser feitelijk tot het gezin van zijn moeder behoorde. De familierechtelijke relatie werd niet vastgesteld, waardoor een DNA-onderzoek niet noodzakelijk werd geacht.
Omdat de identiteit en de gezinsband niet waren aangetoond, hoefde de minister geen belangenafweging te maken op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en gezinsband.