Eiseres, een Libanese vrouw geboren in 1948, verzocht om een visum voor kort verblijf om familie in Nederland te bezoeken. De minister wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij tijdig zou terugkeren naar Libanon. De minister baseerde dit op een gebrek aan sociale en economische binding met Libanon en het feit dat eiseres in 2015 een aanvraag voor een verblijfsvergunning in Nederland had ingediend.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd van een sterke binding met Libanon die haar terugkeer zou waarborgen. Hoewel zij stelde dat haar sociale leven zich in Libanon afspeelt en zij financieel zelfstandig is, ontbraken zwaarwegende familieverplichtingen of economische activiteiten. Ook het verleden van eerdere visumbezoeken aan een ander land bood onvoldoende zekerheid over haar terugkeer.
Eiseres voerde aan dat zij niet goed was gehoord tijdens de bezwaarprocedure, maar de rechtbank vond dat de minister terecht had afgezien van een hoorzitting omdat het bezwaar geen nieuwe feiten bevatte die tot een ander besluit konden leiden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van het visum in stand blijft en geen proceskosten worden toegekend.