ECLI:NL:RBDHA:2024:1132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis asiel wegens niet voldoen aan artikel 29 Vreemdelingenwet
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf - nareis asiel. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eisers niet tot de personen behoren die op grond van artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in aanmerking komen voor een afgeleide verblijfsvergunning.
Eisers voerden aan dat het jongmeerderjarigenbeleid van toepassing zou moeten zijn, omdat de referent ten tijde van zijn asielaanvraag en de nareisaanvraag 22 jaar was en altijd in gezinsverband met hen in Irak had gewoond. Tevens stelden zij dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het bezwaarschrift kennelijk ongegrond was en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eisers niet behoren tot de limitatief opgesomde categorieën in artikel 29, tweede lid, en dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom het jongmeerderjarigenbeleid niet van toepassing is. Daarnaast was het horen op bezwaar niet vereist omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank wees het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de aanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf - nareis asiel wordt ongegrond verklaard.