ECLI:NL:RBDHA:2024:11238

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juli 2024
Publicatiedatum
19 juli 2024
Zaaknummer
AWB 24/454
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling in vreemdelingenzaak

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na een bezwaarprocedure heeft de minister het bezwaar gegrond verklaard en uitstel van vertrek verleend van 8 november 2023 tot 8 november 2024.

De voorzieningenrechter verwijst naar een eerdere uitspraak waarin het beroep gegrond werd verklaard en het bestreden besluit werd vernietigd voor zover het de ingangsdatum van het uitstel betreft. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek afgewezen.

Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,- voor rechtsbijstand, en tot vergoeding van het griffierecht van € 187,-. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter H. Hanssen-Telman en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/454

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en
de minister van Asiel en Migratie (voorheen de minister van Justitie en Veiligheid),de minister

Inleiding

Met het besluit van 26 april 2022 heeft de minister de aanvraag van verzoeker om toepassing te geven aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.
Verzoeker heeft op 29 april 2022 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter op 9 januari 2023 verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt thans geacht betrekking te hebben op de beroepsfase.
Met het besluit van de minister van 23 april 2024 is het bezwaar gegrond verklaard en is aan verzoeker uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) van 8 november 2023 tot 8 november 2024 (het bestreden besluit).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 24/7363, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij gegrond verklaard en het bestreden besluit is vernietigd, voor zover het betreft de ingangsdatum van het verleende uitstel van vertrek. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bezwaarprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Ook moet de minister het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,00 aan hem vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 875,-.
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eiser te vergoeden
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.