ECLI:NL:RBDHA:2024:1109
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord in schuldsanering
De heer bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €71.564,29 verdeeld over 22 schuldeisers. Hij deed een voorstel tot schuldregeling waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers hiermee instemden, verzocht hij de rechtbank om het akkoord dwingend op te leggen.
De rechtbank constateert dat het voorstel niet goed en controleerbaar is gedocumenteerd. De verzoeker heeft nagelaten de schuldhulpverlener te informeren over meerdere bankrekeningen met een totaal tegoed van ruim €8.000, waardoor dit bedrag niet in het voorstel is meegenomen. Dit roept twijfel op over de volledigheid en haalbaarheid van het aanbod.
Tijdens de zitting, waar de verzoeker niet verscheen, heeft de Belastingdienst verweer gevoerd en benadrukt dat het voorstel niet het maximaal haalbare is. De rechtbank oordeelt dat het verzoek onvoldoende gemotiveerd is en dat het belang van de weigeraars op volledige betaling zwaarder weegt dan het belang van de verzoeker en instemmende schuldeisers.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord af. Het verzoek om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt gehandhaafd en zal in een apart vonnis worden behandeld.
Uitkomst: Verzoek tot oplegging dwangakkoord wordt afgewezen wegens onvoldoende motivatie en onvolledige informatie.