ECLI:NL:RBDHA:2024:10982
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op zittingen van 27 mei en 9 juli 2024. Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege systematische tekortkomingen in de Franse asielprocedure en opvang, en dat zij als alleenstaande, lesbische vrouw kwetsbaar is. Tevens stelde zij dat verweerder ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening om haar aanvraag in Nederland te behandelen.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een reëel risico bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling in Frankrijk. Het AIDA-rapport en jurisprudentie ondersteunen het vertrouwen in de Franse procedures. Ook acht de rechtbank de motivering van het besluit zorgvuldig. Ten aanzien van artikel 17 is Pro geoordeeld dat geen bijzondere individuele omstandigheden zijn vastgesteld die toepassing daarvan rechtvaardigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.