ECLI:NL:RBDHA:2024:1097
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediende ingebrekestelling
Eiser diende op 8 juni 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris moest op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden wegens een groot aantal aanvragen. De beslistermijn werd verlengd door het inwerkingtreden van het WBV 2022/22.
Eiser stelde de staatssecretaris op 13 februari 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 20 april 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van ingebrekestelling.
Daarom voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder zitting, nadat partijen geen zitting hadden verzocht.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.