ECLI:NL:RBDHA:2024:1095
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 8 november 2022. De staatssecretaris heeft later een inwilligend besluit genomen, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn door een wettelijke verlenging tot 8 februari 2024 liep, waardoor de ingebrekestelling en het beroep prematuur waren en niet-ontvankelijk verklaard moesten worden. Hierdoor was er geen sprake van een tegemoetkoming door de staatssecretaris in de zin van artikel 8:75a Awb.
De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen en het verzoek geweigerd. De uitspraak is gedaan zonder zitting, na overleg met partijen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.