ECLI:NL:RBDHA:2024:10845
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning familie en gezin wegens ontbreken gezinsleven en mvv-vereiste
Eiseres verzocht om een reguliere verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel familie en gezin, nadat haar eerdere vergunning wegens een schijnrelatie met terugwerkende kracht was ingetrokken. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiseres geen geldige mvv had en niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling daarvan. Tevens was er geen sprake van gezinsleven tussen eiseres, haar minderjarige kinderen en haar ouders in Nederland, omdat er geen bijkomende afhankelijkheid of hechte persoonlijke banden bestonden.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het mvv-vereiste hanteerde en dat het ontbreken van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro een afwijzing rechtvaardigde. De belangenafweging die de staatssecretaris maakte, viel in het nadeel van eiseres en haar kinderen uit. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en op jurisprudentie van het EHRM en de hoogste bestuursrechter werd verworpen, evenals het beroep op het IVRK en de Gezinsherenigingsrichtlijn.
De rechtbank stelde vast dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar onvoldoende was gemotiveerd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank concludeerde dat de uitzetting van eiseres en haar kinderen niet in strijd is met het EVRM en dat het besluit niet onredelijk hard is, mede gelet op de omstandigheden rondom de eerdere schijnrelatie en het verblijf in Nederland.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.