ECLI:NL:RBDHA:2024:10589
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk en inreisverbod bevestigd na belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende man geboren in 1979, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'humanitair niet-tijdelijk'. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser voerde aan dat deze weigering in strijd is met artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), omdat hij een gezinsleven onderhoudt met zijn minderjarige dochter in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro kenbaar en voldoende gemotiveerd heeft gemaakt en dat het contact tussen eiser en zijn dochter marginaal is. Eiser kon dit contact ook vanuit Turkije onderhouden. Daarnaast is niet gebleken dat eiser sterke banden met Nederland heeft, terwijl hij een groot deel van zijn leven in Turkije heeft gewoond en daar een nieuw bestaan kan opbouwen.
Het beroep op het arrest Chavez-Vilchez faalde omdat eiser geen daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken vervult voor zijn minderjarige dochter. Ook het bezwaar tegen het inreisverbod werd ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de uitspraak in het beroep was gedaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee het bestreden besluit.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het inreisverbod en de afwijzing van de verblijfsvergunning.