ECLI:NL:RBDHA:2024:10563
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens meest aangewezen land Duitsland
Eisers, Moldavische nationaliteit, hebben op 2 oktober 2023 asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eisers betwisten dit en stellen dat Nederland het meest aangewezen land is vanwege de medische situatie van hun minderjarige dochter, die onder behandeling staat in Nederland.
De rechtbank beoordeelt eerst het procesbelang en neemt dit aan, ondanks de stelling van verweerder dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken. Vervolgens overweegt de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eisers onvoldoende concrete aanwijzingen hebben geleverd dat Duitsland haar internationale verplichtingen niet nakomt, zoals vereist volgens het arrest Jawo van het Hof van Justitie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht geen BMA-advies heeft ingewonnen omdat de medische gegevens geen reëel en onderbouwd risico op een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van de gezondheidstoestand van de dochter aantonen. Ook is Nederland niet het meest aangewezen land voor haar behandeling. Verder is de belangenafweging van de minderjarige voldoende gemaakt, waarbij het belang van het gezin wordt meegewogen.
De beroepen worden ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard omdat Duitsland als meest aangewezen land geldt en geen reëel risico op onmenselijke behandeling is aangetoond.