ECLI:NL:RBDHA:2024:10559

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 april 2024
Publicatiedatum
9 juli 2024
Zaaknummer
NL23.21981
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en een verweerschrift ingediend. Beide partijen stemden in met behandeling buiten zitting.

Verweerder meldde dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken (MOB-melding) en sindsdien geen contact meer heeft gezocht. De gemachtigde van eiser bevestigde dat hij al enkele maanden geen contact meer heeft met eiser.

De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat een vreemdeling die zonder nadere mededeling vertrekt en geen contact onderhoudt, in beginsel geen prijs meer stelt op de bescherming. Omdat eiser geen contact meer onderhoudt en niet bekend is waar hij verblijft, heeft hij geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming en het ontbreken van contact.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.21981

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

1. Bij besluit van 5 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.2.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
Beide partijen hebben toestemming verleend om de zaak buiten zitting af te doen.

Beoordeling door de rechtbank

2. Verweerder heeft de rechtbank bij brief van 25 augustus 2023 bericht dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken (MOB-melding). Het is verweerder niet gebleken dat eiser zich inmiddels weer heeft gemeld. De rechtbank ziet zich daarom allereerst voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft.
3. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zoals de uitspraak van 22 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:579), moet er, als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, in beginsel vanuit worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
4. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank bij bericht van 7 december 2023 laten weten dat hij sinds een aantal maanden geen contact meer kan krijgen met zijn client.
5. De rechtbank is, gelet op de MOB-melding en de verbreking van het contact van eiser met zijn gemachtigde, van oordeel dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland en geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.S. Ouertani, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.