Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Ghanese nationaliteithebbende persoon, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 27 maart 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd. Eiser betoogt dat er onvoldoende zicht is op zijn uitzetting naar Ghana en dat de voortvarendheid van de overheid te wensen overlaat. Tevens verzoekt hij om schadevergoeding.
De rechtbank toetst de rechtmatigheid van de maatregel vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het vorige beroep op 10 april 2024. Uit de beoordeling blijkt dat er voldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Het enkele feit dat de lp-aanvraag is ingediend en eiser is gepresenteerd, maar nog niet is uitgezet, leidt niet tot twijfel over de medewerking van de Ghanese autoriteiten.
Verder oordeelt de rechtbank dat het risico op onttrekking aan toezicht nog steeds aanwezig is en dat geen lichter middel passend is. Het belang van eiser om bij zijn moeder te blijven, die een medische verblijfsprocedure loopt, weegt niet zwaarder dan het belang van de overheid bij uitzetting. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.